Ziekte en voeding
Hieronder
staat wat algemene informatie m.b.t. katten. Met mijn eigen katten heb ik
inmiddels het een en ander meegemaakt.
De schildklierproblemen en het
melanoom
van
Pemmetje zijn terug te lezen op haar eigen pagina: Pemmetjes
verhaal.
Op mijn
weblog
zijn
ook recentere medische problemen te vinden met Lola en Plumo.
De informatie die hieronder staat mag overgenomen worden. De info is alleen ter
info en niet medisch voldoende bij problemen. Ik ben niet aansprakelijk voor de
fouten die een ander met zijn of haar dieren maakt.
Als je problemen hebt met je eigen kat is het natuurlijk fijn dat je op
internet er veel over kan lezen,
maar bel ook de dierenarts,
die is daarvoor en kan al veel
vertellen als je duidelijk de symptomen doorgeeft.
Als je van je kat houdt, dan wacht je niet tot het te laat is.
Virussen
Voeding
VIRUSSEN
Kattenziekte
(het parvovirus)
Dit virus kan niet alleen van kat naar kat
overgezet worden maar ook via kattenbakken, tapijt, draagmanden,
aanraking via mensen, kortom alles waarmee de zieke kat in aanraking is
geweest kan besmetting opleveren. Dit kan zelfs na een jaar nog. Het
virus is bestand tegen schoonmaakmiddelen, dus een grote schoonmaak
heeft geen zin. Het is een gevaarlijk virus; elke kat, hoe gezond
ook, jong of oud, de ziekte is sterker en hoe snel je er ook bij bent,
zo'n 90 % zal het niet overleven. Je herkent het virus aan diarree,
braken, suffig reageren en het kwijnt weg. Daarom is het zo
belangrijk direct van jongs af aan met de inentingen te beginnen die
heel doeltreffend werken. De eerste enting moet als de kat 9 weken is,
na 3 weken nog een keer en daarna elk jaar herhalen.
Niesziekte
(het Calici/Rhinotracheïtisvirus duo)
Dit virus is vooral gevaarlijk bij kittens.
Die hebben nog geen weerstand en reserves kunnen opbouwen. Niezen, vieze
lekkende ogen, wondjes in het bekje enz. zijn de symptomen. De neus kan
verstopt raken, waardoor de kat het eten niet ruikt. Hierdoor zal de kat
vaak ook niet eten en gaan verzwakken. Volwassen katten hebben meer
weerstand dus zullen het bijna altijd overleven, maar de ziekte blijft
wel in chronische vorm terugkomen. De vaccinatie is niet zo
doeltreffend, en het beste zou zijn dit elk half jaar te herhalen. Er is
nog een vaccin dat wel goed werkt het is alleen lastig, want moet in de
neus gedruppeld worden. Hierdoor gaat de kat wel een paar dagen flink
snotteren.
Het
katten AIDS virus (FIV)
Het kattenAIDSvirus is NIET besmettelijk
voor mensen en andersom is het mensenaidsvirus NIET besmettelijk voor
katten. Ademhalingsproblemen en problemen in de mond zijn de meest
zichtbare symptomen. Net als bij mensenaids zal een kat de rest van zijn
leven besmet blijven. De kat moet dus goed gescheiden worden gehouden
van gezonde dieren om besmetting te voorkomen. Het virus wordt
overgebracht via bloed (beten) of sperma. Helaas is er net als bij
mensenaids ook geen medicijn tegen kattenaids.

Wat mag mijn kat eten / wat
niet?
Varkensvlees
In varkensvlees (vooral rauw varkensvlees
is heel gevaarlijk) kan het virus van Aujeszki zitten. Dit virus is zeer
gevaarlijk voor een kat. Als de kat eenmaal besmet is, dan is het
altijd dodelijk. Het duurt maximaal 3 dagen. De symptomen
lijken op die van rabiës. De symptomen zijn: schuimbekken, veel miauwen,
karakterverandering, zenuwsymptomen enz. Er zijn geen medicijnen voor,
dus: voorkom deze ziekte door je kat geen varkensvlees te geven!!! Er
zijn berichten dat het virus in Nederland al jaren niet meer voorkomt,
maar neem het zekere voor het onzekere als je om je dieren geeft. Er
zijn meer veeziekten waarvan we dachten dat ze er niet meer waren.
RAUW OF
TE VEEL VLEES
Door het eten van rauw vlees kan een kat maagdarmstoornissen krijgen,
omdat het zwaar verteerbaar is. De symptomen uiten zich in braken of
diarree. Ook is er het gevaar van lintwormen. Als een lintworm in de
darm tot ontwikkeling komt kan dit tot spijsverteringsstoornissen
leiden. Het is dus altijd beter vlees te verhitten, en dan het best
koken (vocht). Ook wordt er vaak teveel vlees gegeven. Hierdoor kunnen
katten op latere leeftijd nierproblemen ontwikkelen. Jonge katten geef
je 20 gram per kilo lichaamsgewicht. Volwassen katten hebben genoeg aan
10 gram per kilo lichaamsgewicht. Een kat die al nierproblemen heeft,
heeft al voldoende aan 5 gram per kilo lichaamsgewicht! Zo'n kat moet
wel een nierdieet volgen.
Als je vlees
geeft, zorg dan dat het wel van goede kwaliteit is. Bijv. spiervlees.
Orgaanvlees kan je het beste niet geven. Bijv. pens, lever, niertjes,
maag en ook vlees met veel pezen liever niet.
Een tijd geleden kreeg ik respons op deze informatie. Het zou
achterhaald zijn dat rauw vlees slecht is voor katten. Ik denk dat men
hier in zijn of haar eigen weg moet vinden.
LEVER
Veel katten zijn erg kieskeurig. Je bent dan gauw geneigd je kat maar te
geven wat hij wel lekker vindt. Vaak wordt dan rauwe lever gegeven, veel
katten zijn hier dol op! Blikvoer en brokjes worden dan al snel
achterwege gelaten omdat de kat dit toch niet wil eten. Het geven van
uitsluitend vlees is niet verstandig omdat er gewoon niet in zit wat de
kat allemaal nodig heeft. Rauwe lever heeft nogal een hoog gehalte aan
vitamines. Bijv. vitamine A. Deze (vetoplosbare) vitamine wordt niet
afgevoerd via de urine, maar opgeslagen in het vet van het lichaam. Als
er een overdosis aan vitamine A ontstaat, kan de kat gewricht- en
botproblemen oplopen. Dit kan resulteren in stijfheid en als er niets
aan gedaan wordt, gewrichtsplooiing- en ontsteking! Als je persé lever
wil geven, kook het dan van tevoren, hierdoor vernietig je de vitamine
A.
HET GEVEN VAN BOTJES
Botten van gevogelte,
varkens of schapenvlees zijn gevaarlijk voor de kat. Het splintert
makkelijk waardoor het voor darmverstopping kan zorgen, omdat de kat de
te kleine stukjes inslikken. Vaak moet er een operatie aan te pas komen
om zo'n botje te verwijderen. Een versplinterd botje kan zelfs door de
darmwand heen prikken. Hierdoor kan de darminhoud in de buikholte lekken
en dat kan weer buikvliesontsteking tot gevolg hebben. Ook dit wordt een
operatie en een antibiotica behandeling is nodig. Oftewel: geef je kat
beter helemaal nooit botjes!!
BLAASGRUIS
Veel mensen denken
dat gecastreerde katers geen droogvoer mogen hebben omdat ze daardoor
F.U.S. (Feline Urinary Syndroom) kunnen krijgen. (blaasgruis) Blaasgruis
komt veel voor zowel bij katers als poezen. De oorzaak is dat katten van
nature weinig drinken waardoor de blaas weinig doorspoelt en de urine
niet zuur genoeg wordt. Hierdoor kunnen zich kristallen vormen die zich
opeenhopen tot blaasgruis. De kat krijgt hierdoor blaasirritatie,
blaasontsteking enz. Bij poezen komt het minder voor dan bij katers
omdat bij poezen de urineweg breder is dan bij katers. Als een kat(er)
eenmaal blaasgruis heeft, is het zaak zo snel mogelijk naar de
dierenarts te gaan om vergiftiging te voorkomen en de kat voor een
pijnlijke dood te behoeden. Wat betreft het geven van droogvoer; probeer
zoveel mogelijk te combineren met blikvoer. En zorg dat er altijd water
klaarstaat. Het droogvoer is goed voor de tanden en het blikvoer vinden
de meeste katten lekkerder en er zit vocht in!
RESTJES
Iedereen weet inmiddels wel dat een kat nou eenmaal andere
voedingsbehoeften heeft dan een mens. Geef een kat je eigen tafelresten
en je vraagt om moeilijkheden! Voor onszelf zijn boter, vet, olie en
sausjes al niet goed, laat staan voor je kat!!
Voor meer informatie over dieren(voeding) kijk o.a. hier:
dierendokter
de kattensite
felikat
katten.startpagina.nl
avrodierennatuur
barfplaats
huisdiereninfo